Kalm, uitgestrekt en leeg. Zo ziet de zee eruit wanneer we aan de Belgische kust onze blik op het water richten. Het is een bedrieglijk beeld, want het Belgisch deel van de Noordzee is een van de drukst bevaren zeeën ter wereld. Dit stukje water ter grootte van een provincie vormt het onstuimige toneel van onder andere visserij, energieproductie, zandwinning, schietoefeningen en recreatie, en barst zowel boven als onder het oppervlak van leven. Om dat leven te beschermen en alle activiteiten en belangen op zee met elkaar te verzoenen, werd het ‘marien ruimtelijk plan’ ontwikkeld. De derde versie van dat plan trad op 20 maart in werking.
– MAUD OEYEN
België was in 2014 een van de eerste landen ter wereld die een marien ruimtelijk plan of MRP opstelden. Zo’n plan geeft duidelijk aan welke activiteiten waar kunnen plaatsvinden op zee, en onder welke voorwaarden. Begin dit jaar keurde de federale regering onder impuls van minister van Noordzee Annelies Verlinden het derde marien ruimtelijk plan goed, dat op 20 maart van kracht ging. In tegenstelling tot de twee eerdere plannen, die een looptijd van zes jaar hanteerden, is deze derde versie geldig voor acht jaar. Dat moet meer zekerheid en stabiliteit bieden voor de gebruikers van de Belgische Noordzee.
Meer bescherming voor natuur en biodiversiteit
Het nieuwe plan zet sterk in op natuurbehoud en -herstel. Door de ecologisch meest waardevolle delen van onze Noordzee beter te beschermen, krijgt het volledige mariene ecosysteem de kans zich te herstellen. Dat zou binnen enkele jaren moeten leiden tot grotere visbestanden voor onze vissers, en wie weet zelfs tot de terugkeer van de Europese platte oester, die ooit zo talrijk aanwezig was in onze zee.
Om dat mogelijk te maken worden voor het eerst drie mariene reservaten afgebakend, die samen 6,4 procent van het Belgisch deel van de Noordzee uitmaken. Binnen die reservaten zijn bijna alle activiteiten verboden. Scheepvaart, toezicht en controle, noodinterventies, beschermingsmaatregelen en monitoring door de overheid zijn de belangrijkste uitzonderingen. Natuurherstel en bescherming van habitats en soorten krijgen in de reservaten absolute voorrang. Die ingreep is noodzakelijk om te kunnen voldoen aan internationale verplichtingen, zoals de Europese Natuurherstelverordening. Die kwam er omdat de natuur in de EU in snel tempo achteruitgaat, en bepaalt dat er tegen 2030 herstelmaatregelen moeten lopen op minstens 20 procent van de oppervlakte van de zee.
In de brochure ‘Er beweegt wat op zee – het marien ruimtelijk plan 2026-2034’ lees je in meer detail welke welke activiteiten waar kunnen plaatsvinden op zee, en onder welke voorwaarden.
Ook nieuw, en daarmee samenhangend, zijn de drie bodemintegriteitszones, die voor een groot stuk samenvallen met de mariene reservaten. In deze zones, goed voor net geen tien procent van de Belgische Noordzee, geldt een verbod op actieve bodemberoerende visserij, dat wil zeggen dat je er geen vistuig over de bodem mag voorttrekken. In de twee bovenste zones, waar de grindbedden liggen, geldt daarnaast ook een verbod op passieve bodemberoerende visserij. Daar mag je dus ook geen gebruik maken van vistuig dat op één plek op de bodem blijft liggen. Dankzij deze maatregelen kunnen natuurherstelprojecten ook veilig plaatsvinden zonder dat ze het risico lopen vernietigd te worden. De bodemintegriteitszones, en dus ook de visserijbeperkingen, treden pas in werking nadat ze bekrachtigd zijn op Europees niveau. Die Europese procedure, die ervoor moet zorgen dat de beperkingen ook voor buitenlandse vissers gelden, is momenteel nog niet afgerond.
Zesmijlszone zonder bijkomende vaste constructies
Verder geldt voor visserij in het Belgisch deel van de Noordzee dat ze in principe overal is toegelaten, behalve waar het expliciet verboden is. Naast natuurbehoud (zie hoger) kunnen ook veiligheidsoverwegingen aan de basis liggen van beperkingen. Zo geldt er een vaarverbod in, en tot 500 meter buiten, de bestaande windparken, waardoor vissen er niet kan. Wel werd de optie opengelaten om in de toekomst eventueel het vissen met statisch vistuig (bijvoorbeeld kooien) mogelijk te maken in een deel van de Prinses Elisabeth-zone. Ook ter hoogte van de munitiestortplaats Paardenmarkt zijn bodemberoerende activiteiten zoals ankeren of vissen met de boomkor voor de veiligheid niet toegelaten.
Een belangrijke nieuwigheid in het derde MRP is de instelling van de ‘zesmijlszone’. Binnen deze zone van zes nautische mijl (of een dikke elf kilometer) langs de kustlijn is het verboden om nieuwe vaste constructies te plaatsen. Op dit verbod gelden weliswaar enkele uitzonderingen (bijvoorbeeld werken aan de haven of constructies in het kader van veiligheid), maar de bescherming van deze open ruimte voor de kust zal alleszins heel wat voordelen opleveren voor vissers, recreanten en kustbewoners.
Extra plaats voor windmolens
Heel wat verder in zee liggen de twee zones voor hernieuwbare energie. De Oostelijke zone is al operationeel en bestaat uit negen windparken, waarvan het dichtstbijzijnde ongeveer 25 kilometer uit de kust ligt. De 399 windmolens zijn samen goed voor een capaciteit van 2,2 gigawatt. De Prinses Elisabeth-zone, die meer dan 30 kilometer ver in zee ligt, is nog niet operationeel, en zal een maximale capaciteit hebben van 3,5 gigawatt.
Onderzoek heeft aangetoond dat er in het kleine Belgische deel van de Noordzee geen plaats is voor een derde energiezone. Ons land is momenteel de zesde grootste producent van offshore energie ter wereld, en wil blijven inzetten op windenergie op zee. Om tegemoet te komen aan de vraag naar bijkomende capaciteit, voorziet het nieuwe MRP een vrijwaringsgebied bij de Oostelijke zone waar in de toekomst extra windmolens geplaatst kunnen worden. Omdat de oudste windmolens intussen dateren van 2009, is over enkele jaren een herontwikkeling van de Oostelijke zone aan de orde.
Meer duidelijkheid en veiligheid voor scheepvaart
Met bijna 60.000 vaarbewegingen per jaar vormt het Belgisch deel van de Noordzee een van de drukst bevaren zeegebieden ter wereld. De havens van Antwerpen-Brugge, Gent en Oostende spelen een belangrijke rol voor de Belgische industrie. Het spreekt dan ook voor zich dat het marien ruimtelijk plan veel plaats voorziet voor de scheepvaart.
Het nieuwe MRP breidt de twee bestaande ankergebieden uit, zodat schepen op een veilige manier kunnen wachten tot ze een haven kunnen binnenvaren. Daarnaast voorziet het plan drie onderzoekszones voor maritieme veiligheid, waar tijdens de looptijd van het plan extra maatregelen genomen kunnen worden, zoals het aanduiden van nieuwe ankergebieden.
Zandwinning in specifieke zones
Verspreid over het Belgisch deel van de Noordzee liggen verschillende zandwingebieden. Dat is nodig omdat zandkorrels niet overal hetzelfde zijn, en er verschillende soorten korrels nodig zijn voor verschillende toepassingen. In het nieuwe MRP zijn de zandwingebieden in het natuurgebied de Vlaamse Banken kleiner gemaakt. Zo krijgt de natuur meer ruimte. In het noorden ligt een zoekzone waar men onderzoekt of zandwinning in de toekomst mogelijk is.
Nieuw is ook de expliciete aanduiding van een kustbeschermingslint. Binnen die zone heeft zeewering prioriteit en worden geen activiteiten toegelaten die niet verenigbaar zijn met kustverdediging. Op die manier wil men ruimte reserveren voor mogelijke oplossingen als het verhogen of verbreden van de stranden. In tijden van versnelde zeespiegelstijging – volgens cijfers uit 2023 gemiddeld 10 millimeter per jaar, gemeten in Oostende – wordt kustbescherming op die manier structureel ingebouwd in het ruimtegebruik op zee.
Achtergebleven oorlogsmijnen
Het Belgisch deel van de Noordzee wordt ook gebruikt voor militaire oefeningen. De bestaande zones voor militaire activiteiten worden behouden in het nieuwe MRP. Een specifieke zone voor het onschadelijk maken van achtergebleven oorlogsmijnen moet ervoor zorgen dat de verstoring van het mariene milieu beperkt blijft tot één plek.
Voorrang voor wetenschappelijk onderzoek
Wetenschappelijk onderzoek kan overal in de Belgische Noordzee plaats¬vinden, behalve in zones waar dat bijvoorbeeld om veiligheids- of milieuredenen uitgesloten is. Dicht bij de kust bestond er al een specifieke zone waar wetenschappelijk onderzoek altijd voorrang krijgt. In dit MRP wordt er ook een zoekzone voor wetenschap¬pelijk onderzoek aangeduid verder op zee. Hier kan de minister indien nodig bijkomende ruimte voor onderzoek voorzien. Dat kan interessant zijn wanneer men voor bepaald onderzoek echte offshore omstandigheden nodig heeft. In de monitoringsgebieden onderzoeken wetenschappers de milieu-impact van zandwin¬ning en windparken op lange termijn.
Mosselboerderij
De Noordzee biedt ook veel economische kan¬sen. Commerciële en industriële activiteiten mogen in principe overal plaatsvinden waar ze niet expliciet verboden zijn, tenminste als ze over een vergunning beschikken. Het marien ruimtelijk plan 2026-2034 duidt nog één spe-cifieke zone voor deze activiteiten aan, waar ze voorrang krijgen. Andere gebruikers blijven welkom als hun activiteiten compatibel zijn. In deze zone ligt een zeeboerderij waar mosselen worden gekweekt.
Zo kwam het marien ruimtelijk plan 2026‑2034 tot standVoor de meeste mensen betekent de Belgische Noordzee in de eerste plaats rust, recreatie en toerisme. Kinderen spelen er met het zand en het water, sportievelingen komen er om te zwemmen, surfen of zeilen, wandelaars genieten van de zeelucht en het weidse uitzicht. Weinigen staan stil bij de immense economische bedrijvigheid op zee, van de containerschepen die voorbijvaren richting de grootste Europese havens, over de tonnen vis die dagelijks worden aangevoerd, tot de honderden windmolens die de helft van de Belgische huishoudens van energie voorzien. En dan zwijgen we nog over zandwinning, wetenschappelijk onderzoek of militaire activiteiten. |
Meer informatie
Het volledige marien ruimtelijk plan en alle kaarten zijn beschikbaar op www.marienruimtelijkplan.be. Daar kan je de brochure over het nieuwe MRP (binnenkort) downloaden of bestellen.