De uitdagingen en kansen van mariene koolstofboekhouding in de Noordzee

Klimaat

Foto: freegreatpictures.com

Ongeveer twee decenia terug begon men binnen economische kringen te zoeken hoe natuurlijke hulpbronnen te integreren in conventionele economische indicatoren, om zo beter rekening te kunnen houden met het algemene welzijn van de samenleving en de toestand van het milieu. Dit milieu-economisch boekhoudkundigprincipe leidde tot wat we vandaag verstaan onder ‘natural capital accounting’, zijnde het toekennen van een monetaire waarde aan bepaalde ecosysteemdiensten of natuurwaarden. Initieel focuste men hierbij vooral op terrestrische ecosystemen. Maar gezien het grote maatschappelijke belang van de oceaan – zoals bijvoorbeeld in de strijd tegen klimaatopwarming – is er binnen het mariene domein een inhaalbeweging ingezet.

De uitdagingen van mariene koolstofboekhouding
In de context van mariene klimaatmitigatie is het erg belangrijk om processen die leiden tot een opname en permanente fixatie van koolstofdioxide – de zogenoemde koolstofsequestratie – goed op te volgen, en zo nauwkeurig mogelijk te kwantificeren. Pas dan kunnen deze processen formeel erkend worden als een valabele bijdrage tot de klimaat- of milieudoelstellingen, en opgenomen worden in de nationale koolstofbegroting. Een hele uitdaging! Daarbij is het ontwikkelen van een transparente, wetenschappelijk onderbouwde en universele koolfstofboekhouding (marine carbon accounting) cruciaal.

In het begin van deze oefening richtte de economische waardering van opname en opslag van mariene koolstof zich hoofdzakelijk op de ‘blue carbon' ecosystemen – schorren, zeegrassen, mangroves. Hun CO2-credits worden nu reeds verhandeld op de vrije (niet gereguleerde) koolstofmarkt. Het continentaal plat, de zeebodem op minder dan 200 m diepte, bevat ook grote hoeveelheden aan organisch koolstof in de zeebodem die potentieel een erg belangrijke rol kunnen spelen in de klimaatregulatie. Echter, de hoeveelheid en de verspreiding van dit sedimentkoolstof is nog onvoldoende gekarteerd. Ook is weinig bekend hoe de stabiliteit, accumulatiesnelheid en de passage van organisch koolstof doorheen het systeem onder invloed staan van natuurlijke en antropogene veranderingen.

Troeven van Belgische Noordzee als testlabo
Onze Noordzee is een goed bestudeerde, maar tegelijkertijd intensief gebruikte (verstoorde), ondiepe zee. De regio vormt met andere woorden de perfecte locatie om via verschillende pilootprojecten onderzoek te doen naar de mariene koolstofcyclus, en hoe we het proces van mariene koolstofsequestratie monetair kunnen valideren. Een dergelijke verwezenlijking zou een grote winst betekenen voor het universele concept van marine carbon accounting en grote gevolgen hebben voor gebiedsspecifieke klimaatmitigatiestrategieën, mariene ruimtelijke planning en de duurzame groei van de blauwe economie.

Een belangrijke troef hierbij is dat we in het Noordzeegebied kunnen steunen op de expertise en infrastructuur van het ICOS Oceans Network bestaande uit 23 mariene observatiestations in acht landen. Het netwerk levert hoogwaardige, onafhankelijke en transparante langetermijngegevens van CO2-concentraties aan het zeewateroppervlak en in de atmosfeer erboven. In België maakt het ICOS Oceans Network gebruik van de onderzoeksinfrastructuur van het Vlaams Instituut voor de Zee om gecertificeerde waarnemingen uit te voeren. Het partnerschap tussen VLIZ en ICOS Oceans is een cruciale tandem waarop lokale beleidsmakers kunnen steunen om de klimaateffecten voor de regio op te volgen en duurzame ontwikkelingen in dit economisch belangrijk en natuurlijk waardevol gebied te sturen.

Referentie
The opportunities and challenges of marine carbon accounting - a case study for the North Sea shelf ecosystem and the potential value of the ICOS Oceans Network. Dauwe et al. (2023) | VLIZ-bib

Download de pdf van de beleidsinformerende nota via deze link: