Kunnen kleine schelpkokerwormen helpen onze kust te beschermen tegen erosie? In een innovatief veldexperiment onderzoeken Vlaamse wetenschappers hoe deze bijzondere ecosysteemingenieurs zich met behulp van speciaal ontworpen artificiële substraten kunnen vestigen op kwetsbare stranden. Terwijl onderzoekers van ILVO bestuderen hoe de wormen nieuwe kolonies vormen en het sediment stabiliseren, brengen onderzoekers van het VLIZ de krachten van de zee in kaart. Want om te begrijpen waarom een soort zich op de ene plek wel succesvol vestigt en op de andere niet, moet je eerst in detail inzicht krijgen in de golven, stromingen en turbulentie die de kustomgeving vormgeven.
Natuurlijke kustingenieurs
Wie bij laagwater goed kijkt, ziet soms kleine kokertjes uit het zand steken. Ze behoren tot de schelpkokerworm (Lanice conchilega), een onopvallende bewoner van onze kust met een verrassende invloed op zijn omgeving. Door duizenden kokers dicht bij elkaar te bouwen, stabiliseren deze wormen het zand. Zo ontstaan natuurlijke riffen die sediment vasthouden, kusterosie afremmen en tegelijk waardevolle leefgebieden creëren voor tal van andere soorten. Daarmee is de schelpkokerworm een echte ecosysteemingenieur in de zoektocht naar natuurgebaseerde kustbescherming.
Binnen het onderzoeksproject Coastbusters-LANICE onderzoekt het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) hoe die natuurlijke eigenschap kan bijdragen aan duurzamer kustbeheer. Op drie locaties – de Baai van Heist, Raversijde en Lombardsijde – testten onderzoekers biologisch afbreekbare vestigingsmatten die larven van schelpkokerwormen moeten aantrekken. De eerste resultaten van dat experiment tonen dat sommige matten een veelbelovende ondergrond vormen voor jonge wormen.
Detail van een van de vier substraten (Basaltex grid + baslatex rope) gebruikt bij de experimentele opstelling in elk van de drie testlocaties.
Omgevingsvariabelen
Of larven van schelpkokerwormen zich succesvol vestigen, hangt echter niet alleen af van de matten. Ook golven, stromingen en turbulentie spelen een belangrijke rol. Daarom bracht het VLIZ Marine Robotics Centre tijdens de veldproeven de fysische omstandigheden op de drie proeflocaties nauwkeurig in kaart.
"Alleen door de fysische processen van golven, stromingen en turbulentie in detail te begrijpen, kunnen we de resultaten van de biologische experimenten correct interpreteren,” zegt Leandro Ponsoni, onderzoeker bij het Marine Robotic Centre van het VLIZ. “Sensoren plaatsen in de getijdenzone is allesbehalve vanzelfsprekend in de Noordzee, maar precies daarom zijn deze gegevens zo uniek en waardevol."
Robuuste opstelling voor uitdagende omstandigheden
Golven, sterke stromingen, getijden en wisselende weersomstandigheden maken van de Vlaamse kust een zeer dynamische omgeving, die hoge eisen stellen aan wetenschappelijke meetapparatuur. Daarom ontwikkelden de VLIZ-onderzoekers speciaal voor dit project een robuuste meetconstructie. Aluminium palen werden diep in de zeebodem verankerd en verbonden met steigerkoppelingen tot een stevig frame, bestand tegen de zware omstandigheden van de brandingszone. Tegelijk werd de constructie zo ontworpen dat de natuurlijke waterstroming zo weinig mogelijk werd verstoord. Alleen zo konden betrouwbare metingen worden uitgevoerd zonder het experiment zelf te beïnvloeden.
Links: Experimentele opstelling in de Baai van Heist met vooraan in beeld de kokers van schelpkokerwormen. Rechts: Detail van de opstelling met gemonteerde sensors.
De sensoren – waaronder een Nortek Vector, Aquadopp en een ADCP – registreerden golven, stromingen en turbulentie met uitzonderlijk hoge resolutie. Sommige instrumenten voerden tot zestien metingen per seconde uit, slechts enkele centimeters boven de zeebodem. Zo kunnen zelfs subtiele veranderingen in de waterbeweging worden gekoppeld aan de vestiging van de schelpkokerwormlarven.
Intussen zijn de meetinstrumenten terug in het labo en zijn de grote hoeveelheden data gedownload. Voor VLIZ start nu de volgende fase: het verwerken van miljoenen meetpunten met gespecialiseerde analysetechnieken. Die data zullen ILVO de noodzakelijke omgevingsinformatie aanleveren om de resultaten van de veldexperimenten correct te interpreteren. Projectpartner KU Leuven brengt de fysische en biologische gegevens samen in computermodellen. Daarmee kunnen de lokale metingen worden opgeschaald naar de volledige Belgische kust en kan worden onderzocht hoe de resultaten zich op grotere schaal vertalen.
Het onderzoeksproject Coastbusters-LANICE is een 4 jaar lopend project, gefinancierd door VLAIO en met ondersteuning van De Blauwe Cluster op vlak van valorisatie en industrie netwerk.
Contact
- Leandro Ponsoni – VLIZ
- Gert Van Hoey – ILVO