Wetenschappers ontdekten meer dan 2000 nieuwe zeedieren en -planten in 2021 | Vlaams Instituut voor de Zee
 

Vlaams Instituut voor de Zee

Platform voor marien onderzoek

Wetenschappers ontdekten meer dan 2000 nieuwe zeedieren en -planten in 2021

Oostende, 2022.04.05 – Elk jaar ontdekken en beschrijven wetenschappers nog nieuwe soorten. In 2021 ging het wereldwijd over minstens 2241 nieuwe zeedieren en –planten. Elk van deze soorten heeft een eigen verhaal. Het Wereldregister voor Mariene Soorten, gehost door het Vlaams Instituut voor de Zee (Oostende), houdt alle tot op heden ontdekte zeesoorten nauwgezet bij en publiceert jaarlijks een top-10 van de meest opmerkelijke nieuwste ontdekkingen. Dit jaar varieert de lijst van een extreem klein en vaak over het hoofd geziene mijt tot een nieuwe walvissoort.

Persbericht door: Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ), LifeWatch Belgium en World Register of Marine Species

Elke dag zijn taxonomen druk in de weer in laboratoria, musea en het veld om soorten die nieuw zijn voor de wetenschap te verzamelen, vergelijken, beschrijven en benoemen. De oceaan vormt een van de laatste, nauwelijks ontdekte gebieden op aarde. Men schat dat er nog zo’n 1,5 miljoen soorten niet ontdekt zijn in de wereldzeeën. Het Wereldregister voor Mariene Soorten, kortweg WoRMS, bundelt en onderhoudt al deze informatie en doet hiervoor een beroep op zo’n 300 vrijwillige taxonomen wereldwijd. Om het vele werk van de taxonomen in het voetlicht te plaatsen publiceert WoRMS jaarlijks een top-10 van de meest opmerkelijke nieuwe ontdekkingen.

Dit jaar bestaat de lijst onder andere uit de uiterst kleine Japanse twitter mijt, ontdekt via sociale media, de Quarantaine garnaal, beschreven tijdens de COVID-19 lockdown, een nieuwe soort aasgarnaal die onopgemerkt bleef in volle zicht, de enorme Yokozuna Sumo gladkopvis, vernoemd ter ere van hooggeplaatste sumoworstelaars, en de verbazingwekkende Jura Varkenssnuit Brokkelster.

De lijst kwam tot stand via nominatie en stemming door taxonomen, redacteurs van wetenschappelijke tijdschriften en WoRMS gebruikers. Hieronder lees je het verhaal achter de ontdekking en naamgeving van elk van deze 10 nieuwe soorten.


De Japanse twitter mijt - Ameronothrus twitter

Deze nauwelijks een halve millimeter grote mijt werd voor het eerst gespot door fotograaf en natuurliefhebber Takamasa Nemoto (@yatsume_project), dit aan een scheepswerf in het Japanse Honshu. Omdat hij die dag weinig vis had gevangen, besliste hij de mijten die rondkropen op de werf te fotograferen en op Twitter te posten. Een Japanse mijtenonderzoeker zag de beelden en herkende wel het geslacht maar niet de soort. Na wat over en weer getwitter, beslisten ze extra exemplaren te verzamelen voor nadere studie. En wat bleek? Het ging om een nieuwe, nooit eerder beschreven soort!

Dit type mijten leeft langs de kust in de getijdenzone en is niet kieskeurig in zijn voedsel. Tot dusver is de nieuwe soort enkel nog maar aangetroffen op beton structuren in een werf van een vissershaven. Wetenschappers vermoeden dat deze mijten oorspronkelijk op rotsen leefden, vermits hun voedsel – korstmossen, schimmels en algen – daarop te vinden zijn. Op koude dagen kruipen de diertjes samen weg in de barsten in het beton, om zo bijeen getroept warm te blijven. De vondst van deze nieuwe soort is nog maar eens een mooi voorbeeld van de kracht van burgerwetenschap en sociale media bij nieuwe ontdekkingen.

Bron: WoRMS (Takamasa Nemoto)


De Jura Varkenssnuit Brokkelster - Ophiojura exbodi

De Ophiuroidea of brokkelsterren zijn een groep van meer dan 2000 soorten, verwant aan de zeesterren en herkenbaar aan hun lange, slangachtige armen. Dankzij hun gewapende skelet, worden ze goed bewaard als fossiel en is bekend dat ze er al waren 270 miljoen jaar terug, tientallen miljoenen jaren voor de eerste dinosauriërs. Je vindt ze op alle dieptes in de oceaan, maar toch vooral in de diepzee.

Deze nieuwe soort is wat men een fylogenetisch relict noemt. Net als de coelacanth, is het de enig overblijvende vertegenwoordiger van een oude, intussen uitgestorven groep. Meer nog, de soort in kwestie splitste zich al 180 miljoen jaar geleden af van de andere brokkelsterren! Om dit in perspectief te plaatsen, deze brokkelster staat in verwantschap verder van de andere brokkelsterren dan de mens van de kangoeroe!

Deze brokkelster werd ontdekt op een onderzeese berg in New Caledonië. Slechts één exemplaar kon tot nu toe worden ingezameld. Al snel bleek dat het om een nieuwe soort ging, door de combinatie van zijn acht armen, ongewone verstevigde gewrichtjes in de vorm van varkenssnuiten, en een mond met uitzonderlijk veel stekels. Het dier gebruikt zijn acht armen om over de zeebodem te kruipen en kleine prooien en aas op te sporen. De soortnaam “exbodi” verwijst naar de bewuste expeditie door het Franse natuurhistorisch museum EXBODI.

Bron: WoRMS (Tim O’Hara and Jay Black)


Ramari’s Spitssnuitdolfijn - Mesoplodon eueu

Weinig meldingen van een nieuwe soort zijn zo overtuigend als de ontdekking van een nieuwe walvissoort. Een merkwaardig samenlopen van traditionele cultuur en wetenschap leidden tot de ontdekking van deze 5 meter lange spitssnuitdolfijn. De plaatselijke Ngāti Māhaki stam vond een dood aangespoeld exemplaar aan de westkust van Te Waipounamu, het zuidelijk eiland van Aotearoa (Nieuw-Zeeland). De bekende Mātauranga Māori walviskenner Ramari Stewart, door haar ouders in de traditionele Māori-gebruiken ingewijd, onderzocht het dier. Ze zag dat het om een niet eerder beschreven soort ging en stuurde het skelet op naar het Te Papa Tongarewa Museum. Een internationaal team onderzocht het dier en vergeleek het met exemplaren uit Zuid-Afrika, en concludeerde dat het wel degelijk om een morfologisch en genetisch andere walvissoort ging.

De naam kwam er na overleg met de inheemse volkeren in Zuid-Afrika en Aotearoa Nieuw-Zeeland, en verwijst naar die gemeenschappen. De meeste strandingen in Zuid-Afrika gebeuren op het grondgebied van Khosian volkeren. De onderzoekers kozen daarom het woord //eu//’eu, vertaald tot ‘eueu’ (“grote vis”) als soortnaam. Ook wordt hulde gebracht aan Ramari Stewart, de eerste inheemse vrouw die een nieuwe walvissoort ontdekt. “Ramari” betekent ook ‘een uitzonderlijke gebeurtenis’ in Te Reo, de taal van de Maori, een aansluitend bij het weinig opvallende gedrag van spitssnuitdolfijnen. Een video van de Universiteit van Auckland gaat dieper in op de etymologie.

De ontdekking, beschrijving en benaming van deze nieuwe soort is een mooi voorbeeld van hoe sterk de samenwerking kan zijn tussen inheemse volkeren en onderzoekers. De vondst van een nieuwe walvissoort herinnert er ons ook aan hoeveel onontdekt leven er nog wel in de oceaan te vinden is.

Bron: WoRMS (Vivian Ward)


De Ballon Rugzakzeepissebed - Akrophryxus milvus

Isopoden zijn een groep van 10.000 soorten kreeftachtigen, waaronder de pissebedden en oprollers aan land. Hoewel je ze vaak samen vindt met insecten, zijn ze nauwer verwant aan de krabben, garnalen en zeepokken. Het merendeel leeft in zee en honderden soorten parasiteren op andere kreeftachtigen. Deze nieuwe soort behoort tot een familie van parasitaire zeepissebedden genaamd Dajidae of “rugzakpissebedden”. Die naam hebben ze te danken aan hun kenmerkende afgeplatte lichaam waarmee ze vasthaken op de rug van de garnaal of krab waarop ze parasiteren (net alsof die een rugzakje draagt). Ze overleven door het uitwendig skelet te doorboren en bloed te zuigen bij hun gastheer.

Maar zelfs binnen de groep van deze rugzakpissebedden is deze nieuwe soort een bijzonder geval. Eerst en vooral is hij niet dorso-ventraal afgeplat en lijkt dus niet op een rugzakje – zijn ronde, zakvormige lichaam heeft meer weg van een ballon. Ten tweede hecht het diertje niet aan de rug van de spinkrab waarop het leeft, maar gebruikt het een schildvormige plaat om zich vast te haken aan de antenne van de spinkrab. Dat schild – ‘milvus’ is Latijn voor schild – doet nog het meest denken aan wat soldaten in West-Europa in de middeleeuwen droegen tijdens de strijd. Vanwege zijn apart uiterlijk vormt deze soort een nieuw genus, Akrophryxus. De naam verwijst, met wat voor pissebedden niet ongebruikelijk is, naar de Griekse mythologie (Grieks ‘akro’ = lidmaat; ‘phryxus’ < mythologische prins Phryxus en de legende van het gulden vlies).

Door zijn ronde lichaam en rudimentaire aanhangsels lijkt deze nieuwe soort in niets op enige andere pissebed, en het vergt een kennersoog om het diertje als een rugzakpissebed te herkennen. Deze ontdekking van een toch wel zeer merkwaardige nieuwe soort toont de verbazende morfologische diversiteit die deze pissebedden hebben ontwikkeld om zich aan te passen aan de parasitaire levensstijl

Een vrouwelijk exemplaar van de Ballon Rugzakzeepissebed vastgehecht aan de antenne van de krab Ethusa machaera. Bron: WoRMS (Vivian Ward)


De mandvormige coccolithofoor van Winter - Syracosphaera winteri

Deze mooie kalken vormpjes of coccolithen zijn gebouwd door microscopische plantachtige wezentjes, coccolithoforen genoemd. Deze eencelligen komen massaal en wereldwijd voor aan het oceaanoppervlak. Ze doen aan fotosynthese, produceren behoorlijk wat zuurstof en vormen doorlopend de prachtige kalken huisjes. Waarom ze deze coccolithen vormen is nog een mysterie, maar mogelijk is het ter bescherming, om hun drijfvermogen te sturen of om zonlicht te richten.

Coccolithoforen mogen dan wel klein zijn (ongeveer een honderdste van een millimeter), ze maken dit ruimschoots goed door hun aantal. Ze behoren tot de algemeenste wezens in de oceaan en zijn er al meer dan 200 miljoen jaar. Door continu coccolithen te vormen spelen ze een sleutelrol in de koolstofcyclus. Ze vormen de hoofdcomponent van kalkafzettingen zoals de kliffen in Dover of Cap Blanc-Nez, gevormd door coccolithen in het Krijt (ca. 66-100 miljoen jaar geleden). Deze kliffen van tot wel 300 meter hoog bestaan uit triljoenen coccolithen, daar afgezet aan gemiddeld een halve millimeter per jaar.

Deze nieuwe soort is een zeer bijzondere coccolithofoor. Syracosphaera winteri scheidt voortdurend mandvormige coccolithen van minder dan 5 µm groot. Ze is extreem zeldzaam en tot dusver slechts gekend van enkele vondsten. De naam verwijst naar professor Amos Winter. Hij vond de eerste exemplaren terwijl hij in de jaren ‘70 in de Golf van Eilat aan zijn doctoraat werkte, al werden pas recent volledige specimens gevonden en beschreven. Vanwege het delicate karakter van de mandvormige coccolithen, die bovendien gemakkelijk uiteenvallen, is het nog een mysterie hoe een levend exemplaar er uitziet.

Bron: WoRMS (Jeremy Young and Sabine Keuter)


De ‘onopgemerkte’ Horniman aasgarnaal - Heteromysis hornimani

Niemand in het Horniman museum, op Forest Hill in Zuid-Londen, had enig vermoeden dat het snel, zigzag zwemmende kreeftje dat al twaalf jaar als voedsel voor de aquariumvissen diende, een nieuwe soort voor de wetenschap betrof. Kleiner dan een vingernagel van een kind, kweekte deze aasgarnaal erop los, in het volle zicht van de vele bezoekers aan het Horniman aquarium, met displays van zowel Britse zoutwaterpoelen als Fiji koraalriffen.

Prof. Karl Wittmann en Dr. Daniel Abed-Navandi, twee Weense mariene biologen, noemden het ‘nieuw ontdekte’ kreeftje dan ook naar het bewuste Londense aquarium. Vermoed wordt dat de soort vele jaren geleden is meegelift met een stuk rots, mogelijk uit de Caraïben. Hoewel het in de natuur dus nog niet is gevonden, zit het vandaag in zowat elke watertank van het museum, waar het zijn typische lusvormige bewegingen demonstreert.

“Het aasgarnaaltje is een dankbare voedselbron omdat het zich zo snel voortplant”, zeg de curator van het aquarium Jamie Craggs. “Ik vertoef hier al twaalf jaar, net als het kreeftje, en we hadden niet door dat dit een voor de wetenschap onbekende soort was”. Ook de kenmerkende zwemstijl, in lusvorm, deed geen belletje rinkelen. Pas toen Abed-Navandi aasgarnalen van over gans de wereld begon in te zamelen, en ook het museum op deze vraag inging, kwam dit verrassende nieuws naar boven.

Bron: WoRMS (Dr Jamie Craggs)


De Cebimar Oorkwal - Aurelia cebimarensis

Oorkwallen (genus Aurelia) zijn zowat de best gekende kwallen. Ze worden wereldwijd in aquaria getoond en staan model voor de typische kwal in allerlei tekstboeken. Geen ander genus kwallen is zo intens bestudeerd, niet in het minst omdat ze soms massaal kunnen optreden in meer noordelijke gebieden.

Ook in Braziliaanse kustwateren komt Aurelia voor, weliswaar zeldzaam. De nieuwe soort, Aurelia cebimarensis, is genoemd naar het Centrum voor Mariene Biologie (CEBIMar) aan de Universiteit van São Paulo (Brazilië), de plaats waar ook het type specimen van de nieuwe soort is verzameld. CEBIMAR is een gerespecteerde internationale onderzoeksinstelling voor mariene biologie, en veel van de auteurs van de studie rond de nieuwe soort zijn met CEBIMAR geconnecteerd, zowel onderzoeksmatig als vanuit hun onderwijstaken.

Soorten onderscheiden binnen het genus Aurelia is niet eenvoudig. Dat weten taxonomen al sinds de 19de eeuw. De soorten gelijken sterk op elkaar, en worden traditioneel beschreven op basis van kleur, grootte, lichaamsvorm en macro- zowel als microscopische structuur. Veelal is het extreem moeilijk om deze verschillen hard te maken. Bovendien is de voorbije twintig jaar aangetoond dat Aurelia cryptische soorten kent, en dat – in bepaalde gevallen – de soort kan variëren in functie van de omgeving.

DNA-onderzoek kan hier een oplossing bieden. Na analyse van oorkwallen uit verschillende delen van de wereld, zowel uit aquaria als museumcollecties, bleek er sprake van 28 soorten, waarvan er slechts 7 reeds beschreven. Tien nieuwe soorten zijn nu beschreven, waaronder Aurelia cebimarensis.

Bron: WoRMS (Alvaro E. Migotto)


De Keizerlijke Dumbo Octopus - Grimpoteuthis imperator

De nieuwe soort behoort tot de Dumbo achtarmen, zo genoemd naar het paar vinnen dat doen denken aan de te grote oren van het legendarische Disney olifantje. Deze inktvis gebruikt die vinnen om in de diepzee rond te zwemmen. De nieuwe soort is een beauty, en dankt zijn beschrijving aan één exemplaar in 2016 opgevist op 4000 m diepte in de Stille Oceaan. Alexander Ziegler, de eerste auteur, zag vrijwel onmiddellijk dat het om een nieuwe soort ging. Het gebeurt immers zelden dat dit soort dieren intact worden gevangen en gezien de extreme vindplaats (volle oceaan, grote diepte) wist Ziegler dat dit een bijzondere vondst was.

In plaats van het dier op de traditionele wijze aan een dissectie te onderwerpen om het uitvoerig te kunnen beschrijven, besliste Ziegler om dit niet te doen. Het team nam eerst foto’s, deed de nodige opmetingen en verzamelde DNA stalen aan boord van het schip. Vervolgens onderwierp het team het dier aan innovatieve, niet-invasieve technieken zoals high-field MRI en HR-µCT om alle relevante kenmerken zichtbaar te maken.   

Die analyses, nooit eerder toegepast bij een dergelijk relatief groot dier, bevestigden dat de betreffende purperen octopus een nieuwe soort betrof van het genus Grimpoteuthis. Ziegler en zijn collega Christina Sagorny, student aan de Universiteit van Bonn, gaven het dier de naam Grimpoteuthis imperator — de keizerlijke Dumbo — zo genoemd naar de Emperor Seamounts, het onderzeese gebergte uit de kust van Japan waar het dier werd verzameld.

Ziegler noemde het “bijzonder deugddoend om te zien hoe het werk van een master student zo prominent opdook in de wetenschappelijke literatuur”. Hij voegt eraan toe te hopen dat de gebruikte techniek navolging zal vinden.

Bron: WoRMS (Alexander Ziegler)


De Yokozuna Sumo gladkopvis - Narcetes shonanmaruae

Deze nieuwe vissoort behoort tot de familie Alepocephalidae (“gladkopvissen”). Van deze reuze gladkopvis (1,4m lang, tot 25 kg zwaar) zijn er vier exemplaren gevangen op 2500m diepte in de Japanse Suruga-baai. Vanwege zijn grootte werd de vis genoemd naar de Japanse sumo-worstelaars. De Japanse soortsnaam ‘Yokozuna Iwashi’ verwijst naar de hoogste graad binnen deze sport – ‘Yokozuna’.

Anders dan de meeste gladkopvissen die zich op de bodem of in het mesopelagiaal voeden met kleiner gelatineus plankton, voedt deze vis zich met andere vissen. Videobeelden genomen met een van aas voorziene camera op 2572m diepte in de Suruga-baai, tonen dat het om een zeer actieve zwemmer gaat. De brede muil en het deels aas etend gedrag, kan verband houden met zijn grootte en hoge positie in het voedselweb. Op een schaal van 0 tot 5, scoort de nieuwe vissoort met 4,9 zeer hoog als toppredator.

Yoshihiro Fujiwara (JAMSTEC) benadrukt de opvallende grootte van het dier: “Het gaat hier om de grootste vertegenwoordiger van de familie Alepocephalidae. Doorgaans zijn vertegenwoordigers hooguit 30-40cm groot, maar met zijn omvang is deze soort zeer waarschijnlijk een toppredator in de diepste delen van de Suruga-baai. Daarom ook de naam.” De wetenschappelijke naam Narcetes shonanmaruae verwijst dan weer naar ‘Shonan maru’, het schip waarop de nieuwe soort werd gevangen.

Bron: WoRMS (Yoshihiro Fujiwara)


De Quarantaine garnaal - Periclimenaeus karantin

Garnalen uit het genus Periclimenaeus bewonen sponzen en zakpijpen. Die vormen uitstekende schuilplaatsen tegen predatoren en mogelijk zelf een voedselbron voor de garnalen.

Deze nieuwe mooie soort werd Periclimenaeus karantina gedoopt, afgeleid van het grieks ‘karantina’ of quarantaine. Hiermee verwijzen de onderzoekers zowel naar de leefomgeving van deze garnaal in een zakpijp, als naar de quarantaineperiode in volle corona pandemie (COVID-19) waarin de publicatie over deze soort werd gepleegd.

De eerste auteur en vinder van deze garnaal, Jin-Ho Park, had nochtans andere plannen. Hij wou een volledig jaar, samen met garnalenexpert Sammy De Grave, doorbrengen aan het Oxford Museum of Natural History. Maar toen corona en de lockdown begin 2020 toesloeg, had hij nauwelijks twee weken doorgebracht in het museum. De universiteit sloot zijn deuren en Jin-Ho Park, diende een ‘huis-lab’ op te zetten om verder te kunnen werken. Alles verliep via skype en email, ook al woonden beide coauteurs op nauwelijks vijf kilometer van elkaar. Net als de garnalen, bleken ook de auteurs gedoemd tot isolement en quarantaine.

Tot dusver waren er weinig studies in Korea rond dit soort garnalen, met slechts één soort gemeld uit de regio. Met de nieuwe studie kwamen daar op slag drie species bij. Een andere soort vernoemd in dezelfde paper is trouwens P. apomonosi, van het Griekse woord ‘isolatie/afzondering’.

Bron: WoRMS (J-H Park)


Meer informatie

Meer informatie is in het Engels beschikbaar op: https://lifewatch.be/en/2022.03.19-WoRMS-LifeWatch-press-release

Beeldmateriaal

De hoge resolutie beelden van de 10 soorten zijn beschikbaar op aanvraag.

Perscontact

Bart De Smet, communicatieverantwoordelijke VLIZ, bart.de.smet@vliz.be, 0478 56 96 78