IMIS | Vlaams Instituut voor de Zee
 

Vlaams Instituut voor de Zee

Platform voor marien onderzoek

IMIS

Publicaties | Instituten | Personen | Datasets | Projecten | Kaarten
[ meld een fout in dit record ]mandje (0): toevoegen | toon Print deze pagina

Resultaten van stookolieslachtoffer-onderzoek langs de Vlaamse kust tijdens de winter 1992-93
Seys, J.; Meire, P.; Kuijken, E. (1993). Resultaten van stookolieslachtoffer-onderzoek langs de Vlaamse kust tijdens de winter 1992-93. Rapport Instituut voor Natuurbehoud, 93.15. Instituut voor Natuurbehoud: Hasselt. 17 pp.
Deel van: Rapport Instituut voor Natuurbehoud. Instituut voor Natuurbehoud: Brussel, meer

Beschikbaar in  Auteurs 

Trefwoord
    Marien

Auteurs  Top 

Abstract
    Gedurende de winterperiode oktober 1992 -april 1993 werden via een systeem van wekelijkse tellingen op een vast deeltraject (Oostende-Nieuwpoort: 16,5 km), vijf maandelijkse tellingen over de volledige kust (65 km) en een reeks bijkomende tellingen, een totaal van 850 km strand afgezocht naar aangespoelde dode vogels. Aanvullend werden 180 vogels opgehaald in vier opvangcentra aan de kust. De eerste helft van de winter (tot eind december) werd gekenmerkt door kleine aantallen aanspoelende vogels « 1 ex./km), met oliebesmeurings-% van 3045%. Begin januari is er een eerste verhoging in de aantallen (vnl. sterfte van Steltlopers) ten gevolge van een korte, maar krachtige vorstperiode eind december. Eind januari stijgen de aantallen opnieuw tot dichtheden van 4 ex./km. Naast verhoogde aantallen Drieteenmeeuwen, betreft het voornamelijk grote aantallen, jonge en sterk vermagerde Zeekoeten, die nauwelijks (11 %) met olie zijn bevuild. De oorzaken en achtergronden van een dergelijke “auck-wreck" worden bediscussieerd. Tot half maart spoelen nog regelmatig grotere aantallen vogels aan, vooral na periodes van aanlandige wind. Alkachtigen zijn, door de grote aantallen Zeekoeten, de belangrijkste groep, gevolgd door Meeuwen, Eendachtigen en andere zeevogels (Jan-van-Genten " Noordse Stormvogel, Fuut Podiceps cristatus, Roodkeelduiker Gavia stellata, Grote Jager Stercorarius skua). Wekelijkse tellingen geven de beste benadering van het totaal aantal aangetroffen soorten (n = 34, van totaal n = 43) .Qua soortenaantal zijn de Eendachtigen, Meeuwen en Steltlopers het best vertegenwoordigd. Naar totaalaantal zijn de Zeekoet, Zilvermeeuw, Drieteenmeeuw, Scholekster, Alk en Kokmeeuw de talrijkste soorten. Naar schatting 1500-2000 vogels spoelden dood aan op onze kust in de periode oktober 1992 -april 1993. Op basis van de maandelijkse tellingen konden geen verschillen tussen de zes deeltrajecten worden gevonden. Het oliebesmeurings-% lag deze winter uitzonderlijk laag (18%). Na constant hoge waarden in de periode 1962-1975, volgde een korte verlaging, met vanaf het begin van de jaren tachtig opnieuw hogere waarden. Na pieken in 1987, 1989 en 1990 dalen de oliebesmeurings-% van zeevogels en van Zeekoeten daarna tot een minimum in 1993. Dat deze waarde echter sterk moet worden gerelativeerd wordt verder bediscussieerd. Andere doodsoorzaken van zeevogels, vastgesteld bij de verzamelde individuen, zijn verstrikking in netten en touwen (Jan-van-Genten!), al of niet moedwillige opknoping, inslikken van vishaken (meeuwen) en allerlei breuken en kwetsuren, vermoedelijk toe te schrijven aan aanvaringen met snelle vaartuigen of andere objecten en aan jachtmisdrijven. Tot slot worden de huidige telmethodes geëvalueerd en worden enige aantekeningen gemaakt bij de oorsprong van de aan de kust aanspoelende vogels.

Alle informatie in het Integrated Marine Information System (IMIS) valt onder het VLIZ Privacy beleid Top | Auteurs