IMIS | Vlaams Instituut voor de Zee
 

Vlaams Instituut voor de Zee

Platform voor marien onderzoek

IMIS

Publicaties | Instituten | Personen | Datasets | Projecten | Kaarten
[ meld een fout in dit record ] Print deze pagina

Verticale distributie van benthische foraminiferen in sediment van contrasterende milieus en de relevantie van zeef grootte [Vertical distribution of benthic foraminifers in sediments of contrasting environments and the relevance of sieve size]
Citatie
Moodley L., Breur E., Soetaert K. 1997: Vertical distribution of benthic foraminifers in sediments of contrasting environments and the relevance of sieve size. Netherlands Institute of Ecology; Centre for Estuarine and Marine Ecology, Netherlands. Metadata available at http://data.nioo.knaw.nl/imis.php?module=dataset&dasid=1196

Gearchiveerde data

Beschrijving
Data verzameld na een vergelijkende studie van de vertikale verspreiding van benthische foraminiferen in de sedimenten van de Adriatische Zee en de Egeïsche Zee. Deze vertikale distributie werd vervolgens vergeleken met de sedimentaire zuurstof- en voedselgradiënt. Een overzicht van deze gegevens kan u terugvinden in deze dataset. meer

In deze studie is een vergelijking gemaakt tussen de verticale distributie (0-10 cm) van levende (gekleurde) foraminiferen in het sediment van de ondiepe (19 & 20 m), eutrofe noordwest Adriatische Zee en de diepe (1288 & 1300 m), oligotrofe Egeïsche Zee. Verticale distributie werd gerelateerd aan zuurstof- en voedselgradiënten in het sediment. In het sediment in de Adriatische Zee worden grote aantallen individuen gevonden in zowel de oppervlakte als de diepere lagen. Hoewel de zuurstof penetratie diepte in de Adriatische Zee minder dan 2 mm is, is de habitat diepte (gedefinieerd als de diepte waarboven zich 95% van het totaal aantal individuen of de populatie bevindt) 6 tot 7 cm. De maximale zuurstof penetratie diepte werd gevonden bij het station in de zuid Egeïsche Zee (E1, 10 cm) waar de habitat diepte het laagst was (2 cm). De habitat diepte was het diepst in het tweede station in de Egeïsche Zee (E2, 9 cm) waar zuurstof werd gedetecteerd tot 27 mm. Er is geen directe correlatie gevonden tussen de verticale distributie van het totaal aantal individuen en de voedselconcentratie. Dominante genera in de Adriatische Zee (Reophax, Nonionella, Stainforthia, Bolivina & Hopkinsina) hadden significant hogere dichtheden in de bovenste 2-5 cm van het sediment, maar foraminiferen werden gevonden tot 10 cm. Hoewel allebei de stations in de Adriatische Zee (A1 en A2) vergelijkbaar sediment en zuurstof penetratie diepte hebben, wordt een relatief groter deel van het totaal aantal individuen gevonden in de diepere lagen van station A2. Gemiddeld werd 70% van de foraminiferen gevonden beneden de belangrijkste zuurstoflaag in station A2 en circa 34 % in station A1. Verticale distributie patronen van de verschillende genera vertonen geen directe correlatie met zuurstof, korrelgrootte of voedselrijkdom. Epistominella was de meest dominante genus in station E1 in de Egeïsche Zee, en werd alleen gevonden in de bovenste 2 cm, hoewel de zuurstof penetratie diepte veel dieper was (10 cm). In het andere station in de Egeïsche Zee (E2) , waar de zuurstof penetratie diepte 27 mm was, werd Epistominella aangetroffen tot 10 cm diepte, zonder duidelijke piek dichtheden. De andere dominante genus was Melonis, die onregelmatig was verspreid in het sediment. Brizalina was niet dominant maar vertoonde een totaal ander patroon; deze soort werd alleen aangetroffen beneden de 0-1 cm laag. Gemiddeld werd 42 % van de foraminiferen gevonden beneden de zuurstof zone in station E2. Drie hoofd patronen in de verticale distributie duidelijk te onderscheiden: sommige genera hadden piek dichtheden in de bovenste 2 cm, sommige genera hadden piek dichtheden in de bovenste 5 cm, hoewel niet dominant, sommige genera waren afwezig in de bovenste cm, maar kwamen onregelmatig verspreid voor in de diepere lagen van het sediment. Deze trends konden niet direct worden gecorreleerd aan zuurstof- of voedselgradiënten in het sediment. Dit suggereert dat gebieds specifieke factoren (bijvoorbeeld bioturbatie, competitie, interacties tussen soorten) van invloed kunnen zijn. Dit wordt gesteund door het feit dat , ondanks gelijke abiotische condities, er verschillen in de verticale distributie worden waargenomen voor algemene soorten bij de verschillende stations. Gemiddeld vertegenwoordigde de > 63 µm fractie 40-60 % van het totaal aantal individuen in de Adriatische Zee en 55-74 % van het totaal aantal individuen in de Egeïsche Zee. Hoewel de hoofd trends gelijk blijven in de 63 µm fractie werden fijnere details vervaagd; dit was het duidelijkst in de ondiepe Adriatische Zee.

Scope
Thema's:
Biologie, Biologie > Benthos, Biologie > Ecologie - biodiversiteit, Biologie > Planten
Kernwoorden:
Marien, Fytobenthos, Sedimenten, Verticale verdeling, MED, Adriatic, MED, Egeïsch, Foraminifera

Geografische spreiding
MED, Adriatic Stations [Marine Regions]
A1
Coördinaten: Long: 44,5; Lat: 12,4 [WGS84]
A2
Coördinaten: Long: 43,9; Lat: 12,9 [WGS84]
MED, Egeïsch Stations [Marine Regions]
E2
E1

Spreiding in de tijd
April 1995 - November 1997

Taxonomische spreiding
Foraminifera [WoRMS]

Parameters
, % Totaal stikstof (N), Chlorofyl a, Densiteit, Mediane korrelgrootte , Silt-clay percentage, Zuurstof penetratiediepte, Zuurstofpercentage

Bijdrage door
Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee; NIOZ Yerseke, meerdata eigenaar

Publicatie
Gebaseerd op deze dataset
Breur, E. [s.d.]. Verticale distributie van benthische Foraminiferen in sediment van contrastrerende milieus en de relevantie van zeefgrootte. [S.n.]: [s.l.]. , meer

Dataset status: Afgelopen
Data type: Data
Data oorsprong: Onderzoek: veldonderzoek
Metadatarecord aangemaakt: 2007-04-05
Informatie laatst gewijzigd: 2009-10-08
Alle informatie in het Integrated Marine Information System (IMIS) valt onder het VLIZ Privacy beleid